Snurken moet stoppen!

Onlangs kwam er een cliënt op kantoor met de vraag of ik wat voor hem kon betekenen. Hij had een zogenaamd slapend dienstverband. Hij gaf aan al jaren in de WAO te zitten. Hij vertelde me dat zijn werkgever nooit de dienstbetrekking had beëindigd. Mijn cliënt vond dat het daar wel eens tijd voor werd. Hij had dit eerder bij de werkgever aangekaart, maar ze waren er niet uitgekomen.

 

In zijn uitspraak[1] op 8 november 2019 heeft de Hoge Raad bepaald dat een werkgever verplicht is om na twee jaar arbeidsongeschiktheid van de werknemer in te stemmen met een voorstel om de arbeidsovereenkomst te beëindigen onder toekenning van een transitievergoeding. De werkgever die dit voorstel van de werknemer ten onrecht afwijst, handelt in strijd met  goed werkgeverschap en is daarom schadeplichtig voor een bedrag gelijk aan de gemiste transitievergoeding, volgens het Hof ’s-Hertogenbosch[2].

 

Wel heeft de Hoge Raad een grens gesteld aan de hoogte van de transitievergoeding. De transitievergoeding wordt berekend aan de hand van het aantal dienstjaren en de hoogte van het inkomen. De werkgever hoeft slechts de transitievergoeding betalen die hij verschuldigd zou zijn tot het moment dat hij de werknemer wegens langdurige ziekte had kunnen ontslaan. In de meeste gevallen zal dit samenvallen met het einde van de tweejarige loondoorbetalingsplicht bij ziekte.

 

Geldt dit nu in alle gevallen? Nee, zegt de Hoge Raad. Een werkgever mag het voorstel van de werknemer afwijzen indien hij daarbij een gerechtvaardigd belang heeft. Hierbij kan gedacht worden aan reële re-integratiemogelijkheden die de werknemer heeft. Daarentegen is het bijna bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd géén reden om af te zien van het beëindigen van de dienstbetrekking onder toekenning van de transitievergoeding.

 

Om te voorkomen dat werkgevers door deze uitspraak in de financiële problemen zouden komen is er per 1 april 2020 een nieuwe wet van kracht. Werkgevers kunnen bij het UWV een aanvraag indienen voor de compensatie bij ontslag wegens langdurige ziekte. Deze compensatieregeling geldt voor transitievergoedingen die op of na 1 juli 2015 zijn betaald. Lag het einde van de periode van twee jaar ziekte al vóór 1 juli 2015? Dan is geen compensatie mogelijk.

 

Benieuwd hoe het afliep met mijn cliënt? Ik ben met de werkgever in gesprek gegaan. Het was niet nodig om naar de rechter te gaan. We zijn tot een minnelijke oplossing gekomen. Samen hebben we een vaststellingsovereenkomst opgesteld en heeft de werkgever de transitievergoeding aan de cliënt betaald.

 

[1] Hoge Raad 8 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1734.

[2] Hof ’s-Hertogenbosch 9 januari 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:31.

 

mw. M.J.E.E. (Marlène) Bergmans