Hoe sterk is de eenzame fietser?

In deze bijdrage bespreek ik de rechtspositie van de kwetsbare verkeersdeelnemers: de fietsers en voetgangers. Tegenover de kwetsbare verkeersdeelnemer staat de gemotoriseerde verkeersdeelnemer: auto, motor, et cetera.

Omdat de rechtspositie van de kwetsbare verkeersdeelnemer in meerdere opzichten behoorlijk sterk is verwijs ik, met een knipoog, naar de hit uit 1973 van protestzanger Boudewijn de Groot: “hoe sterk is de  eenzame fietser?” We zullen zien dat de eenzame fietser( en voetganger) 3 bijzondere troeven in handen heeft.

Sterke rechtspositie aangaande schadevergoedingsplicht

De kwetsbare verkeersdeelnemers staan in meerdere opzichten sterk. Allereerst is in art. 185 WVW bepaald dat zij ten minste 50% van de schade vergoed krijgen ( “50%-regel”). Dat geldt dus ook als vaststaat dat de kwetsbare deelnemer de veroorzaker van het ongeval was.

Als de voetganger of fietser jonger is dan 14 jaar, dan krijgt hij zelfs 100% van de schade vergoed (“100%-regel”). Deze 50% en 100% regel gelden niet bij overmacht van de gemotoriseerde verkeersdeelnemer, maar dat komt bijna niet voor.

Als de gemotoriseerde verkeersdeelnemer schuldig is aan het ontstaan van het ongeval, dan krijgt de voetganger of fietser zijn volledige schade vergoed, of, bij gedeelde schuld, een pro rato deel tussen 50% en 100%.  

Billijkheidscorrectie

Hiervoor hebben we al gezien dat de voetganger of fietser, afhankelijk van de toedracht, 50 tot 100% van zijn schade vergoed krijgt.

Maar naast deze bijzondere beschermingsregels heeft elk slachtoffer nog een troef in handen als hij op grond van bovenstaande regels nog geen 100% van zijn schade vergoed krijgt: Als er sprake is van ernstig letsel is, dan is dat een aanleiding om het schadevergoedingspercentage te verhogen tot maximaal 100%.  

Sterke bewijspositie van de voetgangers en fietsers

In de praktijk zie ik heel vaak, dat gesteggeld wordt over de toedracht van een verkeersongeval. Hoe is het nu precies gebeurd?

Bij een aanrijding op een splitsing zegt de fietser bijvoorbeeld: de automobilist sneed de bocht naar links en reed mij aan. Maar de automobilist zegt: de fietser nam de bocht naar rechts te ruim en reed tegen mijn auto op.

Wie moet nu wat bewijzen? De fietser of voetganger hoeft niet te bewijzen hoe het is gegaan. Als de gemotoriseerde niet kan bewijzen hoe het is gebeurd, of dat er sprake is van overmacht, dan wordt de fietser of voetganger geloofd.

Conclusie

De eenzame fietser ( en voetganger) is dus beresterk beschermd in het recht. En daar komt nog bij dat rechtsbijstand bij het verhalen van de schade betaald moet worden door de verzekeraar van de tegenpartij, waardoor deze rechtshulp voor de fietser en voetganger dus gratis is! Doe er uw voordeel mee.

Erland Dohmen