De toekomst van de letselschadepraktijk

31 augustus 2020 was de letselschadepraktijk weer onderwerp van gesprek bij Tros Radar. Uitzending gemist? Ik praat u bij.

De knelpunten kwamen aan bod en er werd hardop nagedacht over mogelijke verbeteringen in de toekomst.

 

Waar wringt de schoen?

Een doorn in het oog is dat letselschadezaken zolang duren omdat verzekeraars weigeren mee te werken aan een constructieve oplossing.

Verder betwisten verzekeraars bij financieel grote belangen te pas en te onpas het medisch causale verband tussen ongeval en de klachten/ beperkingen van het slachtoffer. Bij kleinere schades valt de houding van de verzekeraar nog wel mee, maar bij schades groter dan € 50.000,- zetten verzekeraars soms op bedenkelijke wijze de hakken in het zand. In het programma werd het voorbeeld gegeven dat de verzekeraar de dwarslaesie en de whiplash na het verkeersongeval niet als oorzaak van de klachten wilde zien, maar de dodelijke spierziekte ALS opvoerde als oorzaak van de klachten en beperkingen terwijl het slachtoffer niet aan deze aandoening lijdt!

 

Welke oplossingen werden genoemd?

Er bestaat al enkele jaren een gedragscode voor de behandeling van letselschadezaken ( GBL) waar verzekeraars zich aan moeten houden, maar dat te weinig doen. De toetsing van deze GBL ligt bij  De Letselschade Raad, een instantie die door verzekeraars zelf in het leven is geroepen. Er wordt nu door de politiek voor gepleit om een tuchtrechter in het leven te roepen die sancties kan opleggen aan verzekeraars als deze zich niet aan de GBL houden. Het gaat dan niet alleen om de doorlooptijd van een letselschadezaak, maar ook om de integriteit waarmee de verzekeraar het slachtoffer bejegent, zo mag ik hopen.

Deze suggestie juich ik toe. Zonder sanctiemogelijkheden blijft de GBL een papieren tijger.

 

Een andere oplossing zou moeten zijn dat de verzekeraar en het slachtoffer niet elk een eigen medisch adviseur inschakelen, maar in plaats daarvan er door hen samen maar een onafhankelijke medisch adviseur wordt ingeschakeld. Ik vind het nog maar de vraag of dat een verbetering is. Want wie kiest en betaalt die medisch adviseur dan? Als dat een onafhankelijke instelling zou doen en de medisch adviseur door de staat betaald zou worden, dan pas zou zijn onafhankelijkheid gewaarborgd zijn, zo denk ik.

 

Een derde verbetering zou moeten zijn dat het slachtoffer zijn eigen verzekeraar zou moeten aanspreken in plaats van zijn eigen verzekeraar.

Ik zie totaal niet in dat deze suggestie leidt tot enige verbetering. Waarom zou de eigen verzekeraar coulanter zijn dan de verzekeraar van de veroorzaker van het ongeval? Bovendien bestaat het risico dat de eigen verzekeraar alleen het bedrag aan schadevergoeding wil betalen wat zij van de andere verzekeraar via regres terug kan vorderen en dan vecht het slachtoffer tegen 2 verzekeraars in plaats van ten een verzekeraar.

 

Verder wordt door verzekeraars veel verbetering verwacht van normering/standaardisering van schadeafhandelingen.

Ik moet het nog zien wat dit oplevert. De ene zaak is nou eenmaal niet de andere en de toekomstschade van een universitair student van 22 jaar die niet meer kan werken is nou eenmaal heel anders dan die van een ongeschoold slachtoffer van dezelfde leeftijd.

 

Ook pleiten verzekeraars voor het instellen van een onafhankelijke commissie die knopen kan doorhakken bij langslepende letselschadezaken.

 

Mijn visie

Ik vind ook, dat de GBL afgedwongen moet kunnen worden via een tuchtrechter en dat een stuk polarisatie tussen verzekeraars en belangenbehartigers weggenomen kan worden doordat een onafhankelijk instituut een onafhankelijke medisch adviseur aanstelt. Deze medisch  adviseur mag dan niet door de verzekeraar gekozen worden, zodat deze medisch adviseur zich volledig onafhankelijk voelt van de verzekeraar.

 

De normering/standaardisering heeft het gevaar dat het slachtoffer geen volledige schadevergoeding meer krijgt, maar bijvoorbeeld een tegemoetkoming om zijn leven weer zoveel mogelijk op te pakken zonder dat nog zoals nu het vergelijk wordt gemaakt tussen de reële situatie met en zonder ongeval.

 

Of de onafhankelijke commissie toegevoegde waarde heeft is lastig in te schatten. Wie bepaalt wie er in die commissie komen te zitten? En moet het slachtoffer proceskosten betalen als de commissie niet de kant van het slachtoffer kiest? Of zou een aparte letselschade kamer binnen de bestaande rechterlijke colleges een betere oplossing zijn?

 

Wat de toekomst ook moge brengen: op ons kantoor blijft een gespecialiseerd letselschadeteam klaar staan om de reële belangen van het slachtoffer te waarborgen, uitgaande van het principe van volledige schadevergoeding voor het slachtoffer!

 

 

mr. E.H.J.M. (Erland) Dohmen